In-de-achteruit

Leven

In een spurt heb ik geprobeerd op te knappen van griep. Tot op zeker hoogte is dat gelukt. Met extra pillen in de tas, warme kleding aan en in het koffertje ben ik naar het vrouwenweekend gegaan. Wekenlang heb ik mij verheugd en wil dit toch niet door griep aan mijn neus voorbij laten gaan? Afgesproken mij door Man op te laten halen mocht dat nodig zijn of zelf naar huis te rijden.

Vrijdagochtend blijf ik wat langer onder het dons. Daarna zoek ik mijn spullen bij elkaar. Man heeft ervoor gezorgd dat ik ook mijn aandeel in het eten mee kan nemen. De laptop in de tas, tekenpapier en potloden, een leesboek en halverwege de middag ga ik. Eerst nog naar de bakker voor bonbons, bij de boer koop ik heerlijke dikke yoghurt en Elstars.

Na ruim een uur rijden ben ik er.  Het uitzicht geweldig. Het huisje ontzettend leuk. Beneden keuken en een kleine zithoek, boven een grote zitkamer en twee slaapkamers. Overal kussentjes, kleur, houten vloeren en hergebruikte oude materialen. Gezellig en warm ingericht. Helemaal mijn smaak. Vrijdag blijven wij er. Praten, eten, praten en slapen.

uitzicht

Zaterdag een heerlijke lange zit met koffie en ontbijt. Als we dan eindelijk gedoucht zijn gaan we op pad. Lunchen onderweg. Bij het restaurant een winkel waar ik verroeste kuikens koop en heerlijk geurende zeep.

Een prachtige omgeving is het. We genieten. Worden ook steeds enthousiaster. Ik volg de weg. Rechtdoor, een bocht, weer verder en dan pats boem vanuit het niets twee grote betonblokken op de weg. Tegen beter weten in hoop ik op hout en dat ze aan de kant geschoven kunnen worden. Natuurlijk niet. Het is toch echt beton. En neen, ook al heb ik een kleine auto, er is met geen mogelijkheid tussendoor te rijden. De auto keren kan niet, daarvoor is de weg te smal. Er zit niets anders op dan het hele stuk ‘in-de-achteruit’ terug te rijden. Toch zeker wel een kilometer. Ik kan goed autorijden, maar mijn nek een kilometer lang ‘in-de-achteruit’ te zetten zie ik niet zitten. Toch heb ik geen keus. Het moet. Onderweg ben ik wel een paar keer gestopt. Met mijn handen ‘zet’ ik mijn nek recht en na een korte pauze rijd ik weer verder. Gaandeweg zie ik in de verte twee koplampen. Onmiddellijk komt de gedachte niet aan de kant te gaan. Maar al snel rijdt ook de chauffeur van deze auto achteruit. Beseft waarschijnlijk dat er letterlijk geen doorkomen aan is. En Polo heeft de achteruitrijlamp ontstoken.

Ein-de-lijk ben ik er en na het zijwaarts insteken op het erf van een boerderij, zie ik het. Een blauw bord. Wat een giller. Niet gezien. Wat wil je. Met een paar vrouwen bij elkaar is het natuurlijk druk en nooit stil. Ook niet in een auto. En ik kakel mee.

6E772DBF-A800-40C8-825E-7682F2ABC1CC

Vorig bericht
Uitstapje
Volgend bericht
Kunst en 2de Kans

22 reacties. Reactie plaatsen

Geef een reactie

Menu